De bankspaarhypotheek

Een bankspaarhypotheek is een combinatie van een hypotheeklening en een geblokkeerde rekening. De bankspaarhypotheek bevat standaard geen aanvullende overlijdensrisicoverzekering. Op het moment dat aanvullende overlijdensrisicodekking gewenst is, dient dit los geregeld te worden. Op de geblokkeerde rekening wordt periodiek geld gestort dat gebruikt dient te worden voor de aflossing van de hypotheeklening. Hierbij kan er een keuze gemaakt worden voor een spaarvariant (de Spaarrekening Eigen Woning) en een beleggingsvariant (Beleggingsrekening Eigen Woning).

1. Spaarrekening Eigen Woning (SEW)

De Spaarrekening Eigen Woning (SEW) is een geblokkeerde spaarrekening waarop regelmatig geld gestort wordt dat uiteindelijk aangewend dient te worden ter aflossing van een hypotheekschuld. De rente die de rekeninghouder ontvangt op de spaarrekening, zal normaal gesproken gelijk zijn aan de hypotheekrente die over de (bankspaar)hypotheek betaald dient te worden. De SEW kent hierdoor een gegarandeerd eindkapitaal. Vanwege dit gegarandeerde eindkapitaal heeft een eventuele stijging van de hypotheekrenten altijd direct een daling van de inleg tot gevolg. De SEW lijkt qua opzet sterk op de spaarhypotheek. Er zijn echter ook belangrijke verschillen.

2. Beleggingsrekening Eigen Woning (BEW)

De Beleggingsrekening Eigen Woning (BEW) wordt ook wel het Beleggingsrecht Eigen Woning genoemd. De BEW is een geblokkeerde beleggingsrekening waarop regelmatig geld gestort wordt dat gebruikt dient te worden voor de aflossing van de hypotheek. Het ingelegde vermogen wordt belegd. Meestal wordt er belegd in beleggingsfondsen. Hierbij kan er vaak gekozen worden tussen een aantal verschillende risicoprofielen: van risicoloos tot risicovol. Kenmerk van beleggen is dat het rendement nooit 100% zeker is. Het is bij een BEW daarom altijd de vraag of het kapitaal op einddatum voldoen zal blijken te zijn om de hypotheeklening af te lossen.

Regels en voorwaarden van de SEW en BEW

Het opgebouwde vermogen bij banksparen hoeft gedurende de looptijd niet in Box 3 opgenomen te worden. Hiermee ontstaat een mogelijk belastingvoordeel. De uiteindelijke uitkering kan vaak ook belastingvrij gebruikt worden voor de aflossing van de hypotheek. Echter, om deze belastingvoordelen te krijgen, moet er aan een aantal voorwaarden en regels voldaan worden. Deze voorwaarden en regels zetten we hieronder op een rij. Hierbij hebben we een scheiding gemaakt in regels die met de overeenkomst zelf te maken hebben en regels die te maken hebben met de vrijstelling bij de uitkering van de SEW/BEW.

Regels en voorwaarden voor het opzetten van een SEW/BEW

  1. u moet de SEW onderbrengen bij een bank of beleggingsinstelling die in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft) mag optreden als aanbieder;
  2. er moet sprake zijn van een eigen woning;
  3. deze eigen woning moet eigendom van de rekeninghouder zijn.
  4. de rekeninghouder moet een eigen woning schuld hebben;
  5. de rekening dient geblokkeerd te zijn. De blokkade dient in de rekeningovereenkomst vermeld te staan;
  6. de rekening mag alleen geblokkeerd worden ter aflossing van de eigen woning schuld;
  7. de rekening mag dus maar 1 keer gedeblokkeerd worden. De rendementen die tussentijds behaald worden dienen op de rekening bijgeschreven te worden.

Regels en voorwaarden in verband met de vrijstelling bij uitkeren

  1. u moet de geblokkeerde rekening bij leven gedurende minimaal 15 jaar in stand houden;
  2. bij een looptijd tussen de 15 en 20 jaar geldt een belastingvrije uitkering van 34.900 euro. Bij een inlegperiode van 20 jaar of meer, geldt een vrijstelling van 154.000 euro. De genoemde vrijstellingen gelden niet per product maar per persoon. Iedere belastingplichtige kan dus in zijn leven maximaal 154.000 euro belastingvrij ontvangen.
  3. bij overlijden wordt de rekening gedeblokkeerd. De vrijstelling is in dit geval ook van toepassing, ook al is er nog niet voldaan aan de bovenvermelde looptijd;
  4. de inleg op de rekening moet voldoen aan de bandbreedte eis;
  5. de hoogste inleg mag nooit meer bedragen hebben dan het tienvoud van de laagste inleg. Het is niet mogelijk om tijdelijk te stoppen met inleggen.
  6. de vrijstelling kan nooit hoger zijn dan de met het opgebouwde vermogen af te lossen hypotheekbedrag;
  7. Op het moment dat niet aan alle regels wordt voldaan, verhuisd de spaarrekening of beleggingsrekening automatisch van box 1 naar box 3.

Verschillen tussen de KEW en de bankspaarhypotheek (SEW en BEW)

De bankspaarhypotheek is geïntroduceerd om een bancaire concurrent te creëren voor de Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW). Het basisprincipe is ook voor beide varianten gelijk: fiscaal voordelig vermogen opbouwen voor de aflossing van een hypotheek. Er bestaat echter ook een aantal essentiële verschillen tussen de KEW aan de ene kant en de bankspaarhypotheek (SEW en BEW) aan de andere kant. Op deze pagina zetten we de belangrijkste verschillen op een rij.

Overlijden

Het grootste verschil tussen de KEW en de bankspaarhypotheek zit hem in de wijze waarop met overlijden omgegaan wordt.

1. hoogte uitkering bij overlijden

Bij een KEW is de overlijdensrisicodekking geïntegreerd in het product. Bij overlijden tijdens de looptijd van de verzekering wordt het verzekerde bedrag uitgekeerd. De uitkering moet normaal gesproken verplicht gebruikt worden ter aflossing van de hypotheek. Bij een bankspaarhypotheek ontbreekt een dergelijke overlijdensrisicodekking en zal bij overlijden alleen de opgebouwde waarde op de geblokkeerde rekening uitgekeerd worden (bij 2 rekeninghouders de helft van de uitgekeerde waarde). Bij de bankspaarhypotheek wordt vanwege de beperkte dekking bij overlijden vaak additioneel een losse overlijdensrisicoverzekering afgesloten. Mocht de rekeninghouder dan komen te overlijden, dan worden 2 bedragen uitgekeerd: de overlijdensrisicodekking en het tegoed op de rekening. Hierbij geldt normaal gesproken dat het bedrag dat op de geblokkeerde rekening stond verplicht aangewend moet worden voor de aflossing van de hypotheek. De uitkering van de overlijdensrisicoverzekering kan vrij besteed worden. Bij een combinatie van een bankspaarhypotheek en een losse overlijdensrisicoverzekering is de kans op oververzekering of onderverzekering groot. Het is ten slotte vooraf lastig of niet in te schatten wat de opgebouwde waarde op de spaarrekening of de beleggingsrekening op een bepaald moment zal zijn.

2. begunstiging bij overlijden

Bij het afsluiten van een KEW kan de verzekeringnemer zelf de begunstiging bepalen. De begunstigde wordt op de polis aangegeven. Bij de bankspaarhypotheek is er geen sprake van een begunstigde. Op het moment dat de rekeninghouder komt te overlijden, valt de waarde van de beleggingsrekening standaard in de nalatenschap. Bij samenwonende partners is de langstlevende partner niet per definitie de (enige) erfgenaam. Op het moment dat hier geen rekening mee wordt gehouden, kunnen bij overlijden grote problemen ontstaan.

3. successierechten

Samenwonenden en niet in gemeenschap van goederen gehuwde echtparen hebben bij een KEW de mogelijkheid om door zogenaamde ‘premiesplitsing’ successierechten te omzeilen. Als de overlijdensrisicopremie voor de KEW van de een wordt betaald door de ander, is geen successierecht verschuldigd. Bij de bank opgebouwd tegoed valt gewoon in de nalatenschap en daarmee onder de heffing van successierecht. Hierbij gelden er voor familieleden en langstlevende partners vaak wel ruime vrijstellingen.

Eigendom van de woning en eigenwoningschuld

Bij de bankspaarhypotheek moet de rekeninghouder zelf een eigen woning hebben. Bij de KEW hoeft de verzekeringnemer zelf geen woning te hebben. Bij de KEW wordt ook aan de regels voldaan als de echtgenoot of degene met wie de verzekeringnemer duurzaam samenwoont een eigen woning heeft. Daarnaast moet de rekeninghouder bij een bankspaarhypotheek gedurende de gehele looptijd een eigenwoningschuld hebben. Bij een KEW geldt dat er een eigenwoningschuld moet zijn zodra de verzekering uit gaat keren. Dit houdt in dat er tussendoor ook momenten kunnen zijn dat er geen eigenwoningschuld is.

Voordelen

  1. in veel gevallen bouwt u een belastingvrij vermogen op;
  2. fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek in stand gedurende de looptijd;
  3. geen verplichte overlijdensrisicoverzekering, indien wenselijk, kan deze bij een onafhankelijke verzekeraar ondergebracht worden.

Nadelen

  1. het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;
  2. meestal een opslag op de hypotheekrente van 0,2%;
  3. bij een lage hypotheekrente maakt u een lag rendement vanwege de koppeling van de hypotheekrente aan de spaarrente;
  4. u bent gebonden aan dezelfde instantie voor wat betreft lenen en sparen;
  5. het eindkapitaal kan niet hoger worden dan de hoogte van de hypotheek;
  6. beperkte flexibiliteit bij de diverse aanbieders bij switchen en/of oversluiten.

Belastingvoordeel

Wie een eigen huis bewoont met hypotheek, mag de betaalde hypotheekrente, onder voorwaarden, aftrekken van het inkomen, voordat er loonbelasting over wordt berekend. Op grond daarvan krijgen de meeste mensen een deel van die loonbelasting terug. Dat kan overigens maandelijks. Hoeveel u terug krijgt hangt af van de hoogte van uw inkomen.

Vragen? Meer informatie?

Neem dan contact met ons op.

Reacties zijn gesloten.